opleiding
De opleiding tot zweefpiloot start onmiddellijk met de praktische training.
Reeds de eerste dag spring je achter de knuppel en leer je de eigenschappen
van je toestel kennen. In het begin gaat de aandacht vooral
naar het bochten en het inschatten van je snelheid. Nadien is
het aan jou om je vliegtuig fatsoenlijk in de lucht te houden en te landen zonder
brokken.
Je vordering hangt niet enkel af van je handigheid of kennis,
maar vooral van je interesse en je 'vliegfrequentie'. Wie ieder weekend opdaagt
zal sneller solo vliegen dan wie sporadisch verschijnt.

elke 1e solo wordt gedoopt, proficiat Kurt
De vliegdag start tussen negen en tien. Zodra er voldoende volk is worden
de toestellen uit de
loods gehaald en zéér proper gemaakt.
Wanneer de vleugels zo hard blinken dat je er je spiegelbeeld in kan zien, wordt
alles in piste gebracht en beginnen de vluchten.
Wie eerst toekwam mag eerst vliegen.
Op je eentje raak je echter niet van de grond. Er wordt van je verwacht te helpen
met het duw- en trekwerk!
De vliegdag eindigt met het binnenzetten van de zwevers en de après-fly. Het gebeurt
regelmatig (ttz zowat iedere dag) dat de piloten samen nog iets gaan eten.
Zo is een vliegdag eigenlijk een volle dag van 's morgens vroeg tot 's avond (zeer) laat.

Na een lesvlucht of 40 (dit is geen richtgetal, het kan zowel minder als veel meer zijn)
kan de instructeur beslissen dat de leerling klaar is om gelost te worden. Deze neemt
dan alleen plaats in het vliegtuig en maakt zijn twee eerste solovluchten: een hele
ervaring!
De opleiding eindigt niet met de eerste solo maar begint dan pas! Na een
tiental goede solovluchten op de Blanik (het trainingstoestel) kan je overgaan op
een Ka8, je eerste echte eenzitter. Nadien schakel je stapsgewijze over op steeds
moeilijkere en modernere vliegtuigen.
Wie wil kan steeds verder gaan. Na 50 uren solo mag je je examen afleggen
om passagiers mee te nemen, je kan leren overlandvliegen en punten behalen in de Vlaamse
Charronbeker. Wie weet schop je het ooit zelf tot lesgever.
Oh ja, met al dat vliegen zou je de theorie nog vergeten! In de winter (wanneer
het slechter weer wordt) geven de instructeurs theorieles. Zowat half maart moet je
hier dan een examen van afleggen dat je nodig hebt voor je vergunning.
Je ziet het, je zweefdiploma behaal je niet over een nacht glad ijs. Vliegen is de boodschap!
