Als je je ooit hebt afgevraagd waarom de Kortrijk Flying Club
gedoopt werd tot Kortrijk Flying Club maar eigenlijk vliegt op
het vliegveld van Valenciennes, dan sta je nu op het punt om het
allemaal uit te vissen.
In oktober 1971 stapten een aantal zweefvliegers, na een hoog oplopende ruzie met de
voorzitter-hoofdinstructeur-sportcommissaris van hun toenmalige club, naar de beheerders van de in 1969 gestichte
motorclub KFC, actief op het vliegveld (nog niet "Airport") Kortrijk-Wevelgem. Zij vroegen of de mogelijkheid bestond
om daar een zweefvliegsectie op te richten. Beheerder Ernst Otto Dahm en voorzitter Lucien Fenaux legden het voorstel
in november voor aan de voltallige beheerraad, die het dan ook prompt aanvaardde. De motoristen beloofden zelfs hun
financiële hulp.
De stichtende leden van de zweefvliegsectie samen met een aantal leden van het eerste
uur waren: Harry Torner, Herman Vanslambrouck, Frans Couckuyt, Eddy Maigray, Frank De Wispelaere.
In maart 1972 begonnen de activiteiten. De eerste zweefvliegtuigen waren de Bergfalke OO-ZIX van H.
Vanslambrouck en de Mucha van F. Couckuyt. Er werd gesleept met de Piper Cub 135 pk OO-KFC. De eerste echte leerling
was de piepjonge Frank Dewispelaere. Er werd ernstig aan ledenwerving gedaan en de club kocht een Ka2b (OO-ZFA) uit
Aurich (D) en een Ka2 (OO-ZIN) uit Temploux. Dit laatste toestel werd jammer genoeg relatief snel gecrasht.
Frans Couckuyt kocht toen de
Ka7 OO-ZUM van de Aeroclub du Hainaut en stelde hem ter beschikking van de KFC als leskist. In '74 kwam daar nog
een clubeigen Olympia-Meise (OO-ZLP) bij. In 1975 stopte H. Vanslambrouck met vliegen, en de KFC nam de Ka8b OO-ZHN,
waardoor hij in 1973 zijn Bergfalke had vervangen, over. Harry Torner bezat toen ook een privé-toestel, de Zugvogel
IIb OO-ZFD. De zweefvliegsectie was dus goed uitgerust en telde in 1976 een 25-tal leden, waarvan velen met de duur-
en hoogteproeven van de D op zak.
1976 is in zweefvliegkringen bekend gebleven als "het jaar van de eeuw". Net dit jaar organiseerde de KFC een
zomerkamp in Blois. Dit bracht de eerste 300 km, toen F. Couckuyt naar Bordeaux vloog. Ook de andere leden presteerden
goed (duurvluchten en eerste 50 km) en KFC eindigde dat jaar als 4de club in de Charronbeker, toen nog "nationaal". Dit
goede resultaat was meteen ook de aanleiding tot een aanvraag van subsidie voor de aankoop van het eerste
kunststoftoestel van de club, de Astir CS OO-ZFB. De overheid kwam toen inderdaad tussen voor 50% van de aankoopprijs.
Mooie tijden waren dat!
Nu voelde men ook de noodzaak aan een hogere sleepcapaciteit en de Piper Cub werd vervangen door de Super Cub OO-LUL (sic!)
met 150 pk. De zweefvliegsectie had de smaak van de buitenlandse kampen te pakken. In de zomer '78 werd het opnieuw Blois,
in '79 en '80 Issoudun. Tussendoor werd er ook een winterkamp ingelast te Issoire in december '79. Frans Couckuyt werd dan
ook de eerste gouden brevethouder van de club, toen hij in de convectiegolf van een wolkenbank zijn 3000 m hoogtewinst wist
te behalen.
In 1981 werd de eerste vriendschappelijke interclubwedstrijd door de LSV Meschede (Duitsland)
georganiseerd. Natuurlijk waren een aantal KFC-leden van de partij. Frank Dewispelaere schreef geschiedenis toen hij bij
een buitenlanding met de CS moest kiezen tussen "onder of boven de hoogspanning?" Frank koos "onder" maar vergat daarbij
dat het kielvlak boven de romp uitsteekt! Omdat een staartloze Astir geen al te beste vliegeigenschappen bezit, kwam het
tot een zeer plotse landing, en de CS moest een hele poos naar de hersteller. Gelukkig kwam Frank er zonder kleerscheuren
af, behalve een zwaar gekneusd zelfrespect.
De zweefsectie bleef maar aangroeien, en in 1982 kocht men een Blanik,
de OO-ZTH. Men ging in '83 nog eens op zomerkamp naar Couhé-Vérac, dan bleef men enkele jaren thuis. De traditie werd in
1987 weer opgenomen: men ging opnieuw naar Le Blanc, zo ook in '88 en '89. Daarna werden de kampen te groot om nog op één
vliegveld door te gaan, en sinds 1990 gaan de KFC-leden in kleine groepjes naar diverse lokaties: Le Blanc, Issoudun,
Sisteron (F), Santo Tomé (E), Hammer (DK), Meschede (D), enz. Zo slaagde Harry Torner erin het eerste diamanten brevet
van de KFC te behalen in Spanje.
Sisteron-uitstap 2001, met de Twin Astir OO-ZTD
In 1984 gebeurde het enige dodelijke ongeval van de club: Carl Hanssens, geboren in 1933 en sinds '82 zweefvlieger, kreeg
tijdens een vlucht met de Ka8b OO-ZHN een hartinfarct, en zijn stuurloze toestel boorde zich in de gevel van het RITO in
Wevelgem. Gelukkig vielen daarbij geen andere slachtoffers.
In de rest van Vlaanderen stapelden zich donkere wolken op. Toen het vliegveld van Gent in 1984 werd gesloten, kwamen
heel wat vliegers naar Wevelgem overgewaaid. De KFC kocht van de GZS de Ka8b OO-ZMV, en kreeg het beschikkingsrecht
over de Twin Astir OO-ZSG van dezelfde club. Een paar jaren later ging ook Aalst dicht, en in afwachting van de opening
van Oombergen kwamen de Aalstenaars massaal naar Wevelgem. Toen de Phoenix werd opgericht, bleven een aantal onder hen
in de KFC plakken.
Het clubpark bleef aangroeien: een Jeans Astir, een Pik 20 D, een Jantar Standaard 2 en een
Jantar Standaard 3. Ook het aantal privé's werd steeds groter. Toen de Piper aan een groot onderhoud toe was, werd hij
naar Engeland verkocht en vervangen door een 180 pk sterke Maule MX-7, de OO-LVL.
Sedert 1974 organiseert de KFC regelmatig opleidingskampen voor beginners, eerst met BLOSO, later in eigen regie.
Kampleider was al die jaren Frans Couckuyt. Tijdens deze tweewekelijkse stages werd er aan enkele honderden jongeren
(en minder jongeren!) de basis van onze sport bijgebracht. Hierbij werd in 1989 de OO-ZUM bij de landing na een eerste
solo-vlucht zeer zwaar beschadigd. De soliste was ongedeerd. De club verkoos het wrak te verkopen en een tweede Blanik,
de OO-ZEF, in te zetten.
Omdat de wachtrij op mooie dagen echt té lang bleek, kocht men in 1991 een tweede sleeptoestel: de Morane MS-892 Rallye
OO-SPD. De omwoners begonnen jammer genoeg steeds vaker te protesteren tegen de geluidsoverlast van de zwevers (!) en
er werd besloten tot ingrijpende maatregelen om hen zo veel mogelijk voldoening te geven: de Maule werd uitgerust met
een sleepkabel-intreksysteem en een externe geluiddemper, de Rallye kreeg een 180 pk i.p.v. een 150 pk motor, een
vierbladschroef en een interne geluiddemper.
Hierbij leverde de KFC tegen hoge kosten een echte pioniersarbeid in België. Toch werd het protest alsmaar luider
naarmate de toestellen stiller werden, en uiteindelijk legde het vliegveldbestuur verplichte opsleeproutes en een
opgelegde ontkoppelzone vast, wat in vele gevallen nadelig is voor het aansluiting vinden, en tevens de scholing
bemoeilijkt. Aanhoudend protest leidde trouwens ook tot beperkingen op zomerse zondagen: geen scholing, enkel starts
voor prestatievluchten toegelaten tussen 12.30 uur en 17.30 uur!
Formatievlucht tijdens een uitstap naar Sisteron
Ondanks alles boerde de KFC-zweefvliegsectie voort. Er werd een Puchacz aangekocht om stilaan de basisscholing naar
kunststof om te stellen. Sedert 1990 werd er ook jaarlijks tijdens het Hemelvaart-weekend een Internationale
Zweefvliegwedstrijd ingericht, onder de leiding van Franz Van Autreve. Deze zag wedstrijdvliegen als een middel om
zweefvliegers tot hogere prestaties aan te zetten. Jammer genoeg was er tijdens de editie 1998 een dodelijk
buitenlandingsongeval te betreuren, toen KFC-lid Yves Erdreich in aanvlucht op een veldje op lage hoogte in tolvlucht
neerstortte.
In augustus 1998 sloeg het noodlot opnieuw toe: tijdens hun vakantie in Zuid-Afrika kwamen de
secretaris Antoon Bostyn en zijn vrouw om in een verkeersongeval. Antoon was de onmisbare man in de club, en er
moesten 7 mensen ingezet worden om zijn taken over te nemen. Op een paar maanden tijd velde kanker de langjarige
voorzitter Frans Couckuyt en de jonge hulpinstructeur Freddy Demeester. Daarmee was de série noire nog niet
afgesloten...
Op 22 mei 1999, terwijl de harde kern van de club een zweefvlieguitstap maakte bij de zusterclub
te Meschede, gebeurde boven Wevelgem een botsing tussen de KFC-Jantar en het ZAC-sleepvliegtuig Abeille. Daarbij kwam
sleeppiloot Xavier Declerck jammerlijk om het leven. De vliegveldleiding gebruikte dit ongeval als voorwendsel om het
zweefvliegen op staande voet te verbieden op Wevelgem. Lokale politiek was hier duidelijk de hoofdbekommernis. Een
nieuw zweefvliegveld uit de grond stampen, was duidelijk onmogelijk, gezien het Ruimtelijke Structuurplan Vlaanderen
nergens plaats voorziet voor dergelijke activiteiten. Ursel en Moorsele bleken geen passende mogelijkheden te bieden.
Wat nu gedaan?
Er werden verschillende uitwijkmogelijkheden onderzocht: Amougies en Maubray (Henegouwen), Lilles-Bondues en
Valenciennes (Frankrijk). Uiteindelijk werd een aanvaardbaar akkoord gesloten met de uitbater van Amougies, zodat
sedert juni 1999 de KFC-zweefvliegsectie haar activiteiten op een Waals vliegveld voortzet. De omschakeling van een
groot vliegveld naar een veel kleinere piste kostte ook nog even leergeld: bij een sleepongeval ging de Twin verloren,
waarbij de piloot gelukkig slechts licht gewond raakte. Ondertussen is de Maule verkocht en hebben we een nieuw
sleepvliegtuig, een Husky, waarvan de goede klimeigenschappen zeker een pluspunt zijn. KFC zet het jaar 2000 dus met
nieuwe moed in en ziet de 21ste eeuw met vertrouwen tegemoet.
Maar het mocht weer eens niet baten! Nu kreeg de uitbater van Amougies problemen met de overheid i.v.m. de
exploitatievergunning voor motorvliegtuigen. Op het einde van het seizoen 2005 moest de sleper nog snel naar Wevelgem
overgevlogen worden, want daarna was het gedaan met motorvliegen op Amougies. ULM's mochten nog wel, maar een poging om
een ULM als sleper in te zetten, resulteerde (ondanks succesvolle proeven en de bestaande positieve ervaringen in
Duitsland) in het uitschrijven van een NOTAM die ook het zweefvliegen op Amougies verbood.
Terug naar de start. In Valenciennes was er ondertussen geen lokale zweefclub meer, en het bestuur van het vliegveld
zag graag nieuwe activiteit komen. 2006 werd dus een proefjaar, waar de KFC, met car-pooling vanuit Wevelgem, veel
over-en-weer gerij met aanhangwagens, en met dagelijks monteren-demonteren van de ganse vloot, de echte
zweefvliegspirit wist te demonstreren. Dat het slechte weer dan nog eens de kop opstak, spreekt toch vanzelf?
Nu staat er op LFAV een nagelnieuwe loods om de clubtoestellen en een paar privé-tweezitters te stallen. Het jaar 2007
wordt dus vol goede moed ingezet.
Nieuwe loods in aanbouw
Tekst door Stéphane Vander Veken, grotendeels naar een interview met Frans
Couckuyt